Home
Leden inlog

Wanneer u goederen naar het buitenland hebt verkocht, behoort het tot uw goed “huisvaderschap” ervoor te zorgen, dat die goederen in goede staat in het bezit van uw kopers komen.
Daartoe zijn onder meer nodig: een goede verpakking en een verantwoorde transportkeuze. Maar al hebt u alle mogelijke zorg besteed aan een goed overeenkomst, dan nog kan het door allerlei oorzaken voorkomen, dat de goederen niet of beschadigd op hun bestemming arriveren. Er is dan sprake van schade. Materiële schade, maar mogelijk ook immateriële schade. Dat er ook immateriële schade kan ontstaan, ligt voor de hand: uw goederen moesten op een bepaald tijdstip ter beschikking zijn. Indien ze verloren zijn gegaan of werden beschadigd, kan dat bij consumptiegoederen verlies van klanten of van een markt betekenen. Bij investeringsgoederen kan het productie-uitval , renteverlies, etc. betekenen.

 

Welke risico’s loopt u?

Dat hangt onder meer af van de volgende punten:
het soort goederen die worden geëxporteerd, bijvoorbeeld bederfschade bij fruit, diefstal bij waarde volle goederen maar ook
de bestemming, bijv. landen waar de wegen slecht zijn, of de economische en/of politieke situatie onstabiel zijn.

Verder hangt het van:
uw leveringsconditie af, of u ook daadwerkelijk risico loopt voor de goederen. Er moet duidelijk worden vastgelegd, wanneer het risico voor de goederen van de verkoper op de koper overgaat.

Hoe levert u, op FOB- of CIF-basis? Vooropgesteld dient te worden, dat steeds wordt geadviseerd één verzekering af te sluiten voor het gehele traject van huis tot huis. Levert u  FOB  en zou u zorgdragen voor verzekering tot en met het moment van inlading in het zeeschip, terwijl de afnemer voor dekking van  het verder traject zorgt, dan  kunnen zich in geval van schade grote moeilijkheden voordoen. De vraag achteraf op welk gedeelte van het traject de schade zich heeft voorgedaan, dus onder welke verzekering er geclaimd dient te worden, kan aanleiding geven tot lange en kostbare discussies. Ook al loopt u zelf volgens de leverings- voorwaarden niet gedurende het gehele traject risico, verzeker altijd in overleg met uw koper van huis tot huis.

Een alternatieve, doch in de praktijk vaak onuitvoerbare oplossing is, dat ieder afzonderlijk het traject verzekert, waarover hij risico loopt en dat dan deze twee verzekeringen bij dezelfde verzekeraar ondergebracht worden. Wat bij FOB-zendingen speelt kan zich ook voordoen bij leveringen  “tot aan” of  “vanaf” de grens. Ook hier kan het treffen van een overeenkomst met de koper uitkomst bieden.

 

Seller’s Interestverzekering

U moet zich ervan bewust zijn, dat u pas bij afname en betaling van de goederen door de koper ontlast bent van het risico. Nog maar al te vaak gebeurt het bij handelstransacties, waarbij overeengekomen  is dat de koper voor verzekering zou zorgdragen, dat ondanks de morele en contractuele verplichting, de beschadigde goederen of de documenten die tot betaling moeten leiden, niet opgenomen worden. In zo’n geval kan men natuurlijk langs gerechtelijke weg nakoming van de verplichtingen uit het verkoopcontract afdwingen. Afgezien van de vraag of men succes heeft, kost dit veel tijd en geld. Tegen een dergelijk risico kan men zich verzekeren d.m.v. Seller’s Interest Insurance. Het is een transportschadeverzekering, waaronder alleen het belang van de verkoper is gedekt. De dekking onder deze verzekering eindigt gelijktijdig met de normale transportverzekering of zo mogelijk eerder op het moment waarop de buitenlandse ontvangers de goederen hebben  betaald. Eventueel opgetreden transportschade onder deze verzekering is slechts verhaalbaar tot het beloop van het bedrag, dat de koper voor beschadigde of verloren gegane goederen niet betaald. Tegenwoordig is er in de ontwikkelingslanden  vaak de verplichting, dat de verzekering van import- en exportgoederen bij verzekeringsmaatschappijen in eigen land zal worden ondergebracht.

Het valt te begrijpen, dat de Nederlandse exporteurs ter zake van de vraag of de elders lopende verzekering hun behoefte  en hun risico voldoende dekt, niet altijd gerust zijn, terwijl men ook weinig vertrouwen heeft in de regeling van eventuele schade met de assuradeur ver weg. In zo’n geval biedt de Seller’s Interestverzekering uitkomst. Voor alle duidelijkheid zij opgemerkt dat deze verzekering geen dekking biedt tegen insolvabiliteit of ontbrekende liquiditeit van de buitenlandse ontvangers. Dat risico behoort tot de verzekering die de Nederlandse Kredietverzekering Maatschappij biedt.

 

Aansprakelijkheid vervoerder

U moet verder bedenken, dat de vervoerder in bepaalde gevallen aansprakelijk is voor de door zijn toedoen toegebrachte schade. Wanneer u zich verzekert en er ontstaat schade die de verzekeraar u vergoedt, dan zullen uw verhaalsrechten op de vervoerder aan de verzekeraar worden gesubrogeerd. U kunt zich dus voorstellen, dat er exporteurs zijn die zeggen: ik verzeker bepaalde risico’s maar niet, dat vermindert de premie en als er schade door zo’n risico ontstaat dan is er misschien een mogelijkheid om die schade op de vervoerder te verhalen. Realiseert u zich echter wel, dat een dergelijk verhaal mogelijk is in slechts enkele gevallen, afhankelijk van de overeengekomen vervoerscondities. Bovendien kan de vervoerder, bij eventuele aansprakelijkheid, zijn vergoedingsplicht tot een bepaald percentage beperken van de werkelijk geleden schade ofwel tot een bepaald relatief klein bedrag per gewichtseenheid. Gesproken is dan nog niet over het feit dat regressen op vervoerders – zo ze al te realiseren zijn – dikwijls veel tijd en administratieve rompslomp vragen.

 

De vorm van verzekering

Wanneer u incidenteel wel eens iets exporteert, zult u meestal elke transactie afzonderlijk verzekeren. In zo’n geval wordt hiervoor nogal eens de expediteur, die vaak tegelijkertijd assurantiebezorger is, ingeschakeld. Het u echter een geregeld export, dan verdient het overweging voor een bepaalde tijd een transportverzekeringscontract af te sluiten. Daar mede kunt u alle transporten, gelimiteerd tot een bepaald maximum per gelegenheid, verzekeren tegen een overeengekomen premie.
We onderscheiden hierbij de declaratiepolis en de pauschalpolis met of zonder naverrekening.

Declaratiepolis

De declaratiepolis een open contract, waarbij de verzekeraar zich verbindt om alle zendingen te dekking tot een bepaald maximumbedrag per vervoermiddel, binnen een bepaald gebied en tegen van tevoren overeengekomen premies en condities. Elke zending dient apart gedeclareerd te worden.

Pauchalpolis

Bij de pauschalpolis hoeven de diverse zendingen niet apart gedeclareerd te worden. Alle zendingen zijn zonder meer tot het overeengekomen maximum per vervoermiddel, binnen het overeengekomen gebied en binnen de verzekeringstermijn van de polis gedekt. Afzonderlijke premieberekening  heeft niet plaats, doch de premie wordt “pauschal”, d.w.z. met een som ineens, gebaseerd op de omzet, verrekend (meestal met naverrekening). Zo’n pauschalpolis is bijzonder geschikt voor alle fob-zendingen, hetzij per boot of aan de grens aan te leveren exportgoederen.

 

De  polis

Bij transportverzekering komt natuurlijk een aantal documenten te pas. In de eerste plaats de polis. Dit is een contract dat de verhouding tussen verzekerde en verzekeraar bepaalt. Het zal duidelijk zijn, dat er zoveel mogelijk uniformiteit  moet bestaan in de tekst van de polissen. De basispolis in Nederland  is of heet thans Nederlandse Beurs-Goederenpolis 2006. Hierop zijn allerlei aanvullingen en beperkingen mogelijk, voor welke clausules ook standaard teksten bestaan. Volgens Nederlands recht volgt de verzekeringspolis het belang. Ingeval van verkoop van de verzekerde goederen is een  speciale overdracht of endossement van de op Nederlands recht gebaseerde polis formeel dus niet nodig.
Naar Engels recht is dit anders. Een op naam gestelde polis moet daar voor overdracht worden geëndosseerd. Vandaar dan ook dat dikwijls om een geëndosseerde polis wordt gevraagd of ook om een polis “aan toonder” of  “bearer”.
Het is wellicht goed erop te wijzen dat transportverzekeraars ook het systeem kennen waarbij verzekerde exporteurs in het bezit worden gesteld van voorgetekende en gedeeltelijk reeds ingevulde certificaten van assurantie, die door de verzekerde met de gegevens van de te exporteren goederen worden gecompleteerd.
Een polis behoeft niet noodzakelijkerwijs één enkel transport te dekken, hij kan ook gebruikt worden voor de contractverzekeringen, die hiervoor genoemd werden of voor één grote exporttransactie, die allerlei transporten met zich meebrengt. Daarnaast kan dan voor elk afzonderlijk transport een certificaat van verzekering worden afgegeven.

Verzekeringspremie

Een zo voordelig mogelijk verzekeringspremie is één van de componenten waarmee de exporteur zijn concurrentiepositie op de buitenlandse markt kan handhaven. De transportverzekeraar gaat  bij de vaststelling van de premie uit van de aard van het goed, verpakking, wijze van vervoer, bestemming en niet in de laatste plaats van zijn eigen ervaringsgegevens. Met het feit dat de transportverzekeringsmarkt erg concurrerend is, zal door de verzekeraar
evenzeer rekening worden gehouden.

 

Nuttige links

List of countries with restrictive measures in the field of marine insurance

http://www.aimu.org/cargoinsurancerestrict.html  

 

 

 

 

 

 

 

Fenedexpress

Hieronder vindt u het laatste artikel uit Fenedexpress over 'Transportverzekering'

EXPORTVRAGEN

 

 

Averij-grosse

 

"Wat wordt nu precies verstaan onder 'averij-grosse' en voor wiens rekening zijn de kosten?"

 

Over het begrip 'averij-grosse', een begrip in de sfeer van transportverzekering, bestaat niet bij iedereen duidelijkheid. Allereerst is belangrijk vast te stellen dat averij-grosse onder alle gangbare transportpolissen automatisch is meeverzekerd.

 

De York-Antwerp Rules omschrijven een averij-grossehandeling als volgt:

'Er is een averij-grossehandeling, wanneer - en alleen wanneer - er opzettelijk en redelijkerwijze enige buitengewone opoffering of uitgave geschiedt of wordt gedaan ter gemene beveiliging, met het doel de zaken, betrokken bij een gemeenschappelijke onderneming ter zee, voor gevaar te bewaren.'

Bij de kosten die uit de hierboven bedoelde, en op initiatief van de kapitein - dat is de rederij - gepleegde, opoffering tot behoud van schip en lading voortvloeien, zijn doorgaans drie categorieën direct betrokken:

  1. de eigenaar van het schip,

  2. de belanghebbende(n) bij de lading,

  3. de rederij voor de vracht, die aan het vervoeren van de lading verdient. De laatste partij kan er tussenuit vallen wanneer de vracht - wat niet ongebruikelijk is - vooruit is betaald. In dat geval wordt het belang van de betrokkene(n) bij de lading groter.

Voor de vaststelling van de omvang van het bedrag dat met een averij-grossehandeling is gemoeid wordt een dispacheur aangewezen. Het rapport dat hij te eniger tijd uitbrengt heeft dan ook de toepasselijke naam van dispache. Het is de dispacheur die op basis van evenredigheid en naar gelang van de dragende waarde van schip en lading de bijdrage van elke betrokken partij vaststelt. Aangezien de rederij, die de kosten verbonden aan de averij-grossehandeling maakte c.q. voorschoot, met de vordering van andere bijdragen in die kosten maar moeilijk kan wachten tot het eindrapport van de dispacheur gereed is, wordt verlangd dat een voorlopige betaling zal worden gedaan. In vaktermen spreekt men van een voorlopige storting in averij-grossedepot. Een ladingbelanghebbende is tot deze voorlopige betaling verplicht. Goederen, komend uit een schip waarbij zich een averij-grossesituatie heeft voorgedaan, worden door de rederij pas ter beschikking gesteld van de ladingbelanghebbende nadat de voorlopige storting in averij-grossedepot heeft plaatsgevonden of nadat de daartoe strekkende garantiebrief is getekend. De ladingbelanghebbende, die in een goederentransportverzekering heeft laten voorzien, kan dit alles een zorg voor de verzekeraar laten zijn. Wat hem in geval van averij-grosse te doen staat, is er voor te zorgen dat de documenten zo snel mogelijk verzekeraars bereiken, waardoor wordt bereikt dat de goederen in de aankomsthaven - of waar elders ook - ter beschikking van de belanghebbende komen.

 

 

Geldigheid BTW nummers in Italië

 

"Sinds ruim een half jaar hebben wij te maken met foutmeldingen op de site van de Europese Commissie in het controlesysteem van BTW nummers (partite IVA) van onze Italiaanse relaties. Regelmatig blijkt een bestaand BTW nummer niet meer juist te zijn, terwijl dit nummer voorheen zonder problemen kon worden gebruikt. Als exporteur moeten wij aantonen dat het BTW nummer juist is, omdat we anders onze goederen niet als intracommunautaire levering (ICL) mogen versturen. Wij vermoeden dat de problemen zijn ontstaan, doordat de belastingdienst in Italië de gebieden anders heeft ingedeeld. Bij de controle van een bestaand nummer krijgen we een foutmelding, waarschijnlijk omdat de afnemer een ander districtskantoor toegewezen heeft gekregen. Voortdurend moeten wij contact opnemen met onze afnemers om te vragen of zij in contact willen treden met hun districtskantoor belastingen, wat zowel voor onze afnemers als voor ons, als bijzonder storend wordt ervaren. Wij zouden u willen verzoeken om na te gaan waar de problemen precies vandaan komen en belangrijker nog, hoe deze op eenvoudige wijze opgelost zouden kunnen worden."

 

Wij hebben contact opgenomen met de Nederlandse Belastingdienst over deze situatie. De volgende situatie doet zich voor:

Soms doen EU-lidstaten een poging hun database met BTW-plichtigen te schonen. Italië heeft dat vorig jaar heel rigoureus gedaan. Ze hebben alle nummers geannuleerd behalve de nummers van ondernemers die regelmatig een opgaaf Intra-Communautaire Levering inleverden.
Naast het ongeldig verklaren van de BTW-nummers heeft Italië in het VIES-systeem ook de historie van het nummer weggehaald.


Italië heeft hierover op Europees niveau veel klachten gekregen, doch het verweer was dat ondernemers, die intracommunautair handelen zich maar moeten melden bij hun Belastingdienst om hun nummer weer op te voeren. Theoretisch klopt dat verhaal, maar er is hierdoor geen geschiedenis van het nummer beschikbaar. En omdat als datum van aanvang de dag van aanmelding in het systeem wordt genomen, kan men ook geen uitspraak doen over de geldigheid van het nummer vóór de dag van aanmelding. Met als gevolg dat hier iedereen last van heeft. Het is in ieder geval geen fout op de EU-website, maar uitsluitend het gevolg van een actie van de Italiaanse autoriteiten geweest.


De Nederlandse Belastingdienst kan hier helaas niets aan doen. Aan de Nederlandse ondernemers, die aan dergelijke Italiaanse relaties zonder geldig BTW-nummer leveren kan slechts worden geadviseerd om Nederlandse BTW in rekening te brengen, omdat de Belastingdienst geen zicht heeft op deze ondernemers. Wellicht is dit een reden voor de Italiaanse ondernemers om deze ongunstige situatie bij hun belastingdienst voor te leggen.

 

 

 

Douane Autorisatie Nummer voor levering Zuid-Korea

 

"Wij zijn momenteel in gesprek met een klant in Zuid-Korea. Omdat er sprake is van een handelsovereenkomst tussen de lidstaten van de EU en Zuid-Korea, hebben wij als exporteur een Douane Autorisatie Nummer nodig om überhaupt te kunnen exporteren. Wij zijn niet in deze materie thuis en mijn vraag is of Fenedex ons op weg kan helpen of specialistische hulp kan bieden om dit geregeld te krijgen."

 

Om in Zuid-Korea in aanmerking te komen voor een verlaging van de douaneheffingen dient aan te worden getoond dat de goederen van oorsprong uit de EU zijn. Ook andersom is dit het geval. In de meeste vrijhandelsakkoorden is opgenomen dat de preferentiële oorsprong kan worden aangetoond door middel van een EUR-1 certificaat. In het vrijhandelsakkoord met Zuid Korea wordt alleen een oorsprongsverklaring op een handelsbescheid (bv. factuur) geaccepteerd. Bij een zendingwaarde boven de € 6.000,- dient de oorsprongsverklaring geplaatst te worden door een vergunninghouder Toegelaten Exporteur.

 

Deze vergunning is geen voorwaarde om naar Zuid-Korea te kunnen exporteren, maar geeft de importeur de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor verlaging/vrijstelling van invoerrechten. Indien jullie producten al vrijgesteld zijn van invoerrechten, dan is een dergelijke vergunning eigenlijk niet nodig en kan meestal volstaan worden met een Certificaat van Oorsprong. Het percentage invoerrechten wordt bepaald aan de hand van de HS-code van de goederen.

In de bijgaande link treft u meer achtergrondinformatie aan over de vergunning Toegelaten Exporteur, die je kunt aanvragen via de douane. http://www.douane.nl/bibliotheek/handboeken/handboek_douane/hd_8-00-00-06.html

 

Indien u dit wilt uitbesteden, zijn er ook commerciële partijen die het gehele proces van aanvraag kunnen begeleiden. Fenedex kent partijen waarmee goede ervaringen zijn opgedaan.

 

 

 

Ook gevraagd:

  • Onze verkoopafdeling is bezig met een offerte voor een project in India. De relatie in India vraagt o.a. om de kosten voor import taxes and duties. Mij lijkt het niet verstandig om DDP aan te bieden. Kunt u ons adviseren?

  • Wij vragen ons af of het mogelijk is om goederen met oorsprong Israël te versturen en te importeren in Algerije.

 

 

 

 

 

Vraag aan Fenedex China Desk

 

"Vorig jaar hebben wij een voorbereidend marktonderzoek laten doen door een student en daarbij hebben wij de healthcare markt in China als meest veelbelovend voor onze producten geselecteerd. Omdat de Chinese markt voor ons op dit moment redelijk ondoorzichtig is en we niet beschikken over relevante lokale contacten, zijn we op zoek naar een partner die ons kan ondersteunen bij het verder uitwerken van onze plannen, en met name het in beeld brengen van de wettelijke eisen en andere relevante regelgeving in China. Dit is voor ons van belang omdat wij chemische producten op de Chinese markt willen gaan brengen. Hoe kan Fenedex ons hierbij helpen?"

 

Fenedex heeft een China Desk waarin wij extensieve trajecten en complexe vraagstukken over China kunnen behandelen met behulp van onze partners. Bij dit soort aanvragen komen wij eerst langs voor een vrijblijvend intake gesprek. Tijdens dit gesprek proberen wij vanuit een helicopter view alle aspecten in kaart te brengen en daar kwamen bij deze case de volgende punten naar voren die wij vanuit de Fenedex China Desk kunnen ondersteunen:

  • Resultaten van het marktonderzoek verifiëren, m.a.w. in hoeverre is de healthcare markt in kaart gebracht, waarbij rekening wordt gehouden met geografische interesse, doelgroep, sales potentie en marktbenadering;

  • Juridische aspecten en vereisten voor het verkopen in China, te denken aan productregistratie en intellectuele eigendomsrecht.;

  • Partnerselectie en opbouwen van lokale netwerk;

  • Productaanpassingen voor de Chinese markt, welke lokale producteisen zijn van toepassing en in hoeverre moet men hieraan voldoen.

 

Mocht u ook vragen hebben over het zakendoen in China, dan kunt u contact opnemen met de Fenedex China Desk. Contactpersoon: Yoan Chung, tel: 070-3305680, email: yoan@fenedex.nl.